
De Commissie heeft haar bezorgdheid al geuit in een aanmaningsbrief aan Kroatië in juli 2024. De Commissie is van mening dat Kroatië Verordening (EU) 2022/2065 niet naleeft. In het kader van de digitaledienstenverordening moeten de lidstaten coördinatoren voor digitale diensten aanwijzen, nationale autoriteiten die binnen hun rechtsgebied verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de verordening. Een operationele coördinator voor digitale diensten is verplicht volledige uitvoering te geven aan de bepalingen van de digitaledienstenverordening op het grondgebied van hun lidstaat, om gebruikers in staat te stellen van de regels ervan te profiteren en om marktdeelnemers rechtszekerheid te bieden. Na de eerste aanmaningsbrief heeft Kroatië op 18 april 2025 wetgeving tot uitvoering van de wet inzake digitale diensten aangenomen. De Commissie is echter van mening dat Kroatië zijn coördinator voor digitale diensten nog steeds niet machtigt en de sanctiebevoegdheden waarin de digitaledienstenverordening voorziet, ten onrechte ten uitvoer heeft gelegd. De Kroatische wet eerbiedigt met name niet altijd de maximumlimieten van 6 % voor geldboeten en 5 % van de gemiddelde dagelijkse wereldwijde omzet of inkomsten voor dwangsommen voor onlineplatforms, en waarborgt evenmin dat alle sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Bovendien staat de verordening niet toe dat aan particulieren geldboeten worden opgelegd wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie of wegens het niet meewerken aan inspecties, zoals vereist door de verordening. Kroatië heeft nu twee maanden de tijd om te reageren en de door de Commissie aan de orde gestelde tekortkomingen aan te pakken. Bij ontstentenis van een bevredigend antwoord kan de Commissie besluiten een met redenen omkleed advies uit te brengen.
Meer informatie over de wet inzake digitale diensten en de coördinatoren voor digitale diensten