
Toegang tot elektronische medische dossiers blijft toenemen in Europa
In 2024 hebben de lidstaten verdere vooruitgang geboekt bij het behalen van de e-gezondheidsdoelstelling van “100 % van de EU-burgers die tegen 2030 toegang hebben tot hun elektronische patiëntendossiers”. De samengestelde e-gezondheidsscore voor de EU-27 heeft een gemiddelde van 83 % bereikt, een stijging van 4 procentpunten ten opzichte van 2023.
In totaal hebben 16 lidstaten, IJsland en Noorwegen hun maturiteitsscore ten opzichte van 2023 verhoogd, aangezien er meer soorten gegevens beschikbaar zijn en meer zorgaanbieders zijn aangesloten en gegevens delen, naast andere vooruitgang op het gebied van toegangstechnologie en dekking. De vooruitgang wordt geschraagd door aanzienlijke stijgingen van de samengestelde looptijd door Tsjechië (+26 punten), Roemenië (+17 punten), Ierland (+14 punten) en Bulgarije (+10 punten). In 2024 beschikken alle lidstaten over een toegangsdienst; Vier lidstaten hebben regionale diensten (Ierland, Italië, Spanje en Zweden).

Sommige gebieden gaan vooruit, terwijl andere meer inspanningen vergen
Gegevens over identificatie (99%), persoonlijke informatie (98%), ePrescription (89%) en eDispenstion (87%) zijn het meest tijdig beschikbaar. Ondanks het feit dat er verschillende gegevenstypen beschikbaar en tijdig beschikbaar zijn, is er meer inspanning nodig om dit consistent te laten zijn voor alle gegevenstypen die in dit onderzoek worden onderzocht. Zo blijven medische beelden (26%) en medische hulpmiddelen en implantaten (55%) beperkt beschikbaar.

Daarnaast kregen meer EU-burgers via eID’s op een veilige manier toegang tot hun elektronische patiëntendossiers. 21 lidstaten (78 %) melden dat zij gebruikmaken van een (vooraf aangemelde) regeling voor elektronische identificatie (eID) die in overeenstemming is met de verordening betreffende de Europese digitale identiteit (EUDI), een stijging van 4 landen ten opzichte van 2023. Bovendien melden 23 lidstaten (85 %) dat 80 tot 100 % van de nationale bevolking technisch gezien via de verleende dienst toegang heeft tot hun elektronische medische dossiers.
Wat de verstrekking van gezondheidsgegevens door zorgaanbieders betreft, zijn openbare zorgaanbieders (79 %) nog steeds beter verbonden dan particuliere zorgaanbieders (59 %). Deze vereiste scoort nog steeds onder het EU-27-gemiddelde wat betreft maturiteit (67 % tegenover 83 %), hoewel meer particuliere zorgaanbieders relevante gegevens verstrekken in vergelijking met 2023. Openbare en particuliere geriatrische verpleeghuizen, particuliere revalidatiecentra en particuliere faciliteiten voor geestelijke gezondheidszorg zijn het minst verbonden.

Bovendien vergemakkelijken 21 lidstaten (81 %) de toegang van wettelijke voogden tot de gezondheidsgegevens van hun afdelingen, zowel wat wettelijke bepalingen als wat technische functionaliteit betreft. Daarentegen bieden slechts 15 lidstaten (56 %) een soortgelijke functionaliteit met een rechtsgrondslag voor burgers om andere personen toegang te verlenen tot hun gezondheidsgegevens en namens hen geautoriseerde acties uit te voeren.
Over het algemeen laten de toegangsmogelijkheden de laagste verbetering op jaarbasis zien. In dit verband is de naleving van de richtsnoeren inzake webtoegankelijkheid (vereist door de richtlijn inzake webtoegankelijkheid) in 2024 niet gewijzigd. Dit betekent dat zeven lidstaten hun toegangsdiensten nog steeds moeten afstemmen op de richtsnoeren. Niettemin wordt steun steeds gemakkelijker beschikbaar voor burgers die moeilijkheden ondervinden bij het gebruik van de onlinetoegangsdienst, zoals burgers met een lage digitale en gezondheidsgeletterdheid, burgers met een handicap of ouderen.
Naarmate landen een hogere maturiteit bereiken, zullen extra inspanningen nodig zijn om te voldoen aan de resterende vereisten van het maturiteitskader voor e-gezondheidszorg om op een veilige en toegankelijke manier volledige bevolkingsbrede toegang te krijgen tot elektronische patiëntendossiers die alle soorten gegevens van alle zorgaanbieders omvatten. Deze doelstelling is in overeenstemming met de verordening betreffende de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens (EHDS), waarin verplichte vereisten zijn vastgesteld om de toegang tot elektronische medische dossiers voor alle burgers te waarborgen.
Achtergrondinformatie
De e-gezondheidsindicatorstudie 2025 verzamelt gegevens via een online-enquête die elk jaar door de nationale bevoegde autoriteiten in elk deelnemend land wordt ingevuld. Dit verslag is de derde gegevensverzameling met behulp van deze methode en bevat de voor 2024 verzamelde gegevens. De antwoorden geven de stand van zaken per 31 december 2024 weer.
De e-gezondheidsindicator wordt gedefinieerd aan de hand van twaalf subindicatoren die het concept weergeven dat 100 % van de EU-burgers toegang heeft tot hun elektronische gezondheidsdossiers door te beschrijven welke soorten gezondheidsgegevens, van welke leveranciers, via welke toegangswijzen en met welke toegangsvereisten burgers technische toegang tot hun elektronische gezondheidsdossiers online hebben.
Elke subindicator draagt in gelijke mate bij aan de totale samengestelde score voor e-gezondheid. Enquêtereacties worden omgezet in maturiteitsscores volgens een vooraf gedefinieerd scoreschema. De responsopties krijgen scores tussen 0% en 100% toegewezen om voor elke subindicator een looptijdschaal te creëren.
De e-gezondheidsdoelstelling maakt deel uit van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030 en is een belangrijke prioriteit voor het digitale vervoer in Europa. De methodologie voor e-gezondheidsindicatoren zal in 2026 worden herzien.
Het verslag
Lees meer over het pakket “Staat van het digitale decennium 2025”.