Bestreken kosten en toepassingsgebied
Het uniforme maximumtarief voor de hele EU zal de versnippering verminderen en zorgen voor een meer concurrerende, grensoverschrijdende omgeving, die uiteindelijk de Europese consumenten ten goede zal komen door lagere prijzen en een gevarieerder aanbod voor vaste en mobiele gesprekken.
Het tarief voor mobiele afgifte dekt de aan het verkeer gerelateerde kosten vanaf de interconnectiepoort in het kernnetwerk van de exploitant (inclusief) tot de IMT-antenne op de locatie van het radiotoegangsnetwerk (inclusief) waarop de ontvanger van de oproep is aangesloten. Deze kosten omvatten: -netwerk CapEx: kosten voor de aankoop van de netwerkelementen en andere kosten die nodig zijn voor de installatie van de apparatuur (bv. onderaannemers, installatie, ontwerp), alsmede de daarmee gepaard gaande kapitaalkosten; -netwerk OpEx: kosten voor onderhoud en exploitatie van de netwerkelementen; -groothandelskosten: specifieke kosten die nodig zijn om diensten te verlenen waarbij derde exploitanten betrokken zijn (bv. factureringskosten, kosten voor contractbeheer, regelgevingskosten).
Het vaste afgiftetarief dekt de verkeersgerelateerde kosten die verband houden met het netwerk vanaf de interconnectiehaven in de kernapparatuur van de eindexploitant (inclusief) tot het standaardafbakeningspunt tussen verkeersgerelateerde en niet-verkeersgerelateerde kosten, dat doorgaans de plaats is waar het eerste punt van verkeersconcentratie zich voordoet (bv. DSLAM, MSAN, OLT). Deze kosten omvatten: -netwerk CapEx: kosten voor de aankoop van de netwerkelementen en andere kosten die nodig zijn voor de installatie van de apparatuur (bv. onderaannemers, installatie, ontwerp), alsmede de daarmee gepaard gaande kapitaalkosten; -netwerk OpEx: kosten voor onderhoud en exploitatie van de netwerkelementen; -groothandelskosten: specifieke kosten die nodig zijn om diensten te verlenen waarbij derde exploitanten betrokken zijn (bv. factureringskosten, kosten voor contractbeheer, regelgevingskosten); -niet-verkeersgerelateerde kosten worden al terugverdiend door de toegangshuurkosten (in een wholesaleregeling zou dit bijvoorbeeld worden terugverdiend door de ULL-vergoeding), die de verbinding tot aan de locatie van de gebruiker dekt.
Interconnectiehavens maken deel uit van de beëindigingsdienst, zodat hun kosten worden gedekt door de afgiftetarieven. De belangrijkste kostenelementen zijn de bouw, wijziging en buitenbedrijfstelling van een haven. Er zij op gewezen dat sommige kosten in verband met interconnectiehavens niet noodzakelijkerwijs worden gedekt. Colocatie is bijvoorbeeld noodzakelijk voor het hosten van interconnectiehavens, maar de kosten ervan worden niet gedekt door de afgiftetarieven. In het geval van multiplexing, of het al dan niet onder de afgiftetarieven valt, hangt af van de uitvoering ervan. Indien multiplexing zich na het interconnectiepunt in het netwerk van de exploitant bevindt, worden de kosten ervan gedekt door het afgiftetarief, anders niet.
Intern transit treedt op wanneer de operator die de verbinding beëindigt zowel een vast als een mobiel netwerk bezit en een gesprek wordt overgedragen aan bijvoorbeeld zijn vaste netwerk, maar wordt beëindigd in zijn mobiele netwerk. In dit geval moet de telefonie-exploitant de oproep van zijn vaste naar zijn mobiele netwerk doorzenden. In wezen verschilt een dergelijk intern douanevervoer niet van een extern douanevervoer (zie hieronder). Het gaat om een andere dienst dan beëindiging, zodat exploitanten hiervoor bovenop het beëindigingstarief een vergoeding in rekening kunnen brengen. In de praktijk doet deze situatie zich voor wanneer de exploitant van oorsprong geen directe interconnectie heeft met het relevante vaste/mobiele netwerk van de exploitant van afgifte.
Nee, de afgiftetarieven hebben geen betrekking op doorvoer, d.w.z. de levering van een oproep van het netwerk van oorsprong (of een ander doorvoernetwerk) naar het netwerk van bestemming (of een ander doorvoernetwerk).
Ja, de afgifte van een oproep van het toegangspunt van het netwerk (interconnectiepunt) aan de opgeroepen partij in hetzelfde netwerk (nationale transmissie) valt onder het afgiftetarief (zie werkdocument van de diensten van de Commissie, blz. 3-4).
Niet-geografische nummers die worden gebruikt voor vaste nomadische diensten en om toegang te krijgen tot noodhulpdiensten zijn gedekt. In geval van twijfel is het aan de nationale regelgevende instantie om te beoordelen en te beslissen of een aantal in een van de twee categorieën valt.
Ja, als de oproep wordt beëindigd via een satelliettelefoon met een mobiel of vast nummer van het nationale nummerplan. Als het satelliettelefoonnummer afkomstig is van een ander nummerplan (mobiel noch vast), zijn de afgiftetarieven van de gedelegeerde verordening niet van toepassing.
Nee, de afgiftetarieven zijn niet van toepassing op oproepen naar nummers die worden gebruikt voor diensten met toegevoegde waarde (premiumtarief of gratis diensten).
Oproepen uit derde landen
Voorlopig heeft de gedelegeerde verordening betrekking op oproepen die in de EU worden beëindigd. Daarom worden oproepen uit Noorwegen, Liechtenstein en IJsland op dezelfde manier behandeld als oproepen uit andere derde landen. Wanneer de gedelegeerde verordening in de EER-overeenkomst wordt opgenomen, worden oproepen van Noorwegen, Liechtenstein en IJsland behandeld als oproepen van een EU-lidstaat.
De Commissie zal elk verzoek om opneming in de bijlage afzonderlijk beoordelen. Indien zij tot de conclusie komt dat de afgiftetarieven van een verzoekende staat “worden gereguleerd overeenkomstig beginselen die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 75 van Richtlijn (EU) 2018/1972 en bijlage III bij die richtlijn”, wijzigt zij de gedelegeerde verordening. De wijziging zal dezelfde procedurele stappen volgen als de oorspronkelijke vaststelling, d.w.z. raadpleging van de informele deskundigengroep van nationale deskundigen, Berec, en zal worden onderworpen aan het toezicht van de medewetgevers.
De gedelegeerde verordening verplicht EU-exploitanten niet om toezicht te houden op de afgiftetarieven van exploitanten uit derde landen. Als EU-marktdeelnemers echter op de hoogte zijn van de tarieven van exploitanten uit derde landen, moeten zij dienovereenkomstig handelen op grond van artikel 1, lid 4.
Indien een exploitant uit een derde land verschillende afgiftetarieven aanbiedt op basis van kwaliteitsniveaus (overeenkomst inzake dienstverleningsniveau), is het relevante tarief het tarief dat een vergelijkbare kwaliteit heeft als het tarief dat door de betrokken EU-exploitant wordt aangeboden.
Tijdens het glijpad (2021-2023 voor mobiele beëindiging) en de overgangsperiode (2021 voor vaste beëindiging) verschillen de afgiftetarieven van lidstaat tot lidstaat. Om te bepalen of het tarief van een exploitant uit een derde land gelijk is aan of lager is dan het Uniebrede afgiftetarief, is het relevante tarief het tarief dat van toepassing is in de lidstaat en het jaar in kwestie. Zo bedraagt het relevante tarief voor mobiele gespreksafgifte voor exploitanten in Ierland in 2022 0,43 cent/min. Voor exploitanten in Oostenrijk bedraagt het relevante tarief voor vaste gespreksafgifte in 2021 0,089 cent/min.
Het is van toepassing op het niveau van de exploitant. Dit betekent dat elke relatie tussen een EU-land en een derde land afzonderlijk en afzonderlijk wordt beoordeeld voor mobiele en vaste afgiftediensten. Zo rekent een exploitant uit een derde land X in 2021 de onderstaande tarieven voor mobiele afgifte aan Franse exploitanten aan: -0,9 cent voor operator F1 en -0,6 cent voor operator F2. In F of 2021 is in de gedelegeerde verordening het maximale tarief voor mobiele afgifte in Frankrijk vastgesteld op 0,7 cent. Daarom: -F1 is vrij om eender welk tarief voor mobiele gespreksafgifte aan X in rekening te brengen, -F2 mag niet meer dan 0,7 cent aan X in rekening brengen voor mobiele gespreksafgifte. Hierbij zijn de volgende feiten irrelevant voor de toepassing van artikel 1, lid 4 bis: -de vaste afgiftetarieven die door X (exploitant uit een derde land) in rekening worden gebracht; -de tarieven voor mobiele afgifte die door andere exploitanten uit hetzelfde derde land in rekening worden gebracht.
In sommige omstandigheden is het mogelijk dat een EU-exploitant een internationale oproep ontvangt via een ofmeer transitvervoerders en dat de afgiftetarieven niet gemakkelijk kunnen worden bepaald (d.w.z. dat zij niet worden gepubliceerd of beschikbaar zijn). In dit geval is het relevante afgiftetarief voor de toepassing van artikel 1, lid 4 bis, het tarief dat door de vervoerders wordt toegepast.
Niveau van de toepasselijke afgiftetarieven
Als algemene regel is in artikel 5, lid 1, van de gedelegeerde verordening bepaald dat het “enkelvoudige maximumtarief voor vaste gespreksafgifte voor de hele Unie 0,07 cent per minuut bedraagt”. Voor 12 in artikel 5, lid 2, genoemde landen is deze algemene regel pas eind 2021 van toepassing. Exploitanten in niet in artikel 5, lid 2, genoemde lidstaten mogen vaste afgiftetarieven van 0,07 eurocent of minder toepassen (met ingang van 1 juli 2021).
Andere uitvoeringskwesties
Artikel 3 van de gedelegeerde verordening voorziet in een regel voor de omrekening van de afgiftetarieven van euro naar lokale valuta. Het specificeert de bron (Europese Centrale Bank) en de data voor de omzetting. Het bevat echter geen aanvullende regels, d.w.z. het aantal decimalen en de afrondingsmethode. Afronding op dezelfde decimalen als in de gedelegeerde verordening zou een redelijke benadering zijn. Dit betekent 4 decimalen in eurocent en 4 in de andere valuta's zoals in de gedelegeerde verordening. De meest gebruikelijke methode voor afronding is de rekenkundige. Dit zou een redelijke benadering zijn om te gebruiken.
De gedelegeerde verordening is van toepassing in de gehele Europese Unie. De negen ultraperifere gebieden maken deel uit van de EU en worden dus behandeld als alle andere regio's van een lidstaat. Franse overzeese departementen — Martinique, Mayotte, Guadeloupe, Frans-Guyana en Réunion Franse overzeese gemeenschap — Saint-Martin Portugese autonome regio’s — Madeira en de Spaanse autonome gemeenschap van de Azoren — de Canarische Eilanden De 13 landen en gebieden overzee maken geen deel uit van de EU, zodat zij voor de vaststelling van afgiftetarieven als derde landen worden behandeld.
In de roamingverordening (EU) nr. 531/2012 wordt de maximale toeslag voor inkomende roaminggesprekken boven het beleid inzake redelijk gebruik (FUP) gedefinieerd als het gemiddelde van de tarieven voor mobiele afgifte in de Unie. Elk jaar verzamelt Berec gegevens over afgiftetarieven op basis waarvan de Commissie elk jaar de maximale toeslag voor inkomende gesprekken vaststelt. Het huidige voorstel van de Commissie voor de nieuwe roamingverordening verbindt de gedelegeerde verordening met de maximaal toegestane toeslag voor inkomende roaminggesprekken boven de FUP. Concreet zullen de afgiftetarieven worden overgenomen uit de gedelegeerde verordening.
Procedurele kwesties
De gedelegeerde verordening is rechtstreeks toepasselijk en vervangt de nationale regelgeving inzake afgiftetarieven. Daarom bestaat er geen algemene noodzaak om dergelijke nationale regelgeving in te trekken. In sommige lidstaten kan intrekking echter op grond van nationale voorschriften vereist zijn. (Intrekking kan ook worden gedaan omwille van de duidelijkheid).
disclaimer
Disclaimer: Deze FAQ wordt door de diensten van de Commissie uitsluitend ter informatie verstrekt. Zij bevat geen gezaghebbende uitlegging van de gedelegeerde verordening en vormt geen besluit of standpunt van de Commissie. Zij doet geen afbreuk aan een dergelijk besluit of standpunt van de Commissie en aan de bevoegdheden van het Hof van Justitie van de EU om de gedelegeerde verordening overeenkomstig de EU-Verdragen uit te leggen.
Related content
Het EU-wetboek voor elektronische communicatie (EECC) heeft de regels voor de uitrol en exploitatie van elektronische-communicatienetwerken en het aanbieden van elektronische-communicatiediensten in de EU gecodificeerd in het kader van één regelgevingskader dat bedoeld is om de connectiviteit te...