Databanken in de Europese Unie worden beschermd door het EU-recht. De richtlijn betreffende de rechtsbescherming van databanken is in 1996 vastgesteld en in 2018 geëvalueerd.
De richtlijn betreffende de rechtsbescherming van databanken beschermt databanken auteursrechtelijk indien zij origineel zijn op grond van de keuze of de rangschikking van de inhoud ervan. Niet-originele databanken kunnen ook worden beschermd als de investering in het verkrijgen, verifiëren en presenteren van de gegevens aanzienlijk was. Niet-originele databanken omvatten compilaties van rechtszaken en wetten, lijsten van advertenties en databanken van wetenschappelijke publicaties.
De bescherming van databanken staat bekend als het recht sui generis — een specifiek eigendomsrecht voor databanken dat geen verband houdt met andere vormen van bescherming, zoals het auteursrecht. Het auteursrecht en het recht sui generis kunnen beide van toepassing zijn indien aan de beschermingsvoorwaarden voor elk recht is voldaan. De bepalingen van de richtlijn zijn van toepassing op zowel analoge als digitale databanken.
Herziening van de databankrichtlijn
Uit de tweede evaluatie van de databankrichtlijn uit 2018 is gebleken dat de databankrichtlijn weliswaar een meerwaarde biedt, maar kan worden herzien om de toegang tot en het gebruik van gegevens te vergemakkelijken.
De Commissie heeft in haar werkprogramma en actieplan inzake intellectuele eigendom voor 2021 aangekondigd dat zij de richtlijn zal herzien. Dit volgde op de lancering van de Europese datastrategie. De evaluatie zal gericht zijn op het vergemakkelijken van het delen en verhandelen van machinaal gegenereerde gegevens en gegevens die zijn gegenereerd in het kader van de uitrol van het internet der dingen (IoT). De herziening vindt plaats naast de dataverordening.
Evaluatieverslag
De Europese Commissie heeft twee evaluaties gepubliceerd van de bescherming die de EU-wetgeving sinds de inwerkingtreding van de richtlijn in 1996 aan databanken verleent.
De eerste van deze evaluaties vond plaats in 2005. De tweede evaluatie van de databankrichtlijn is op 25 april 2018 gepubliceerd als onderdeel van het derde gegevenspakket. Het belangrijkste doel van de evaluatie was de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van de richtlijn te beoordelen. Zij heeft met name rekening gehouden met het recht sui generis en onderzocht of het in de nieuwe juridische, economische en technologische omgeving geschikt blijft voor het beoogde doel.
De evaluatie werd ondersteund door een externe studie. Deze ondersteunende studie leverde ook aanzienlijk bewijsmateriaal op ter ondersteuning van de evaluatie van de richtlijn door de Commissie. Het bevatte een juridische en een economische analyse, een online-enquête, diepte-interviews met juridische deskundigen en beoefenaars van juridische beroepen en de resultaten van een workshop met belanghebbenden.
Raadpleging van belanghebbenden
De Europese Commissie heeft tussen 24 mei en 30 augustus 2017 een openbare raadpleging gehouden om haar evaluatieverslag te onderbouwen.
Het doel van de raadpleging was te begrijpen hoe de databankrichtlijn, en met name de bescherming sui generis van databanken, wordt toegepast en welke gevolgen deze richtlijn heeft gehad voor gebruikers en makers. In totaal werden 113 antwoorden ontvangen. Deze kwamen uit de uitgeverijsector, de onderzoeks- en academische sector, de IT-sector, de transportsector en meer. Het samenvattend verslag van de openbare raadpleging is in oktober 2017 gepubliceerd.
De raadplegingsactiviteiten van de Europese Commissie en een contractant hebben geleid tot een samenvattend verslag. Dit verslag geeft een overzicht van de databankmarkt en analyseert het effect en de toepassing van de richtlijn. Ook wordt nagegaan of er aanpassingen nodig zijn om te zorgen voor een evenwicht tussen de rechten van database-eigenaren en de behoeften van gebruikers.
Laatste nieuws
Gerelateerde inhoud
Grote afbeelding



